Hoe stel ik mijn microscoop in?

Hoe stel ik mijn microscoop scherp?

  1. Zet de microscoop in de uitgangspositie
    . Dit is de instelling met de  kleinste vergroting. Hiervoor draai je aan de grote scherpstelschroef om de ruimte tussen de objectieven en de tafel groter wordt. Daarna draait u de revolver zo, zodat de kleinste objectieflens naar beneden staat.
  2. Leg het preparaat op de tafel en zet het vast met de preparaatklemmen.
  3. Zet de lamp aan of richt de spiegel. Zet het diafragma open.
  4. Draai aan de grote scherpstelschoef, zodat de kleine objectieflens zo dicht mogelijk bij het preparaat terecht komt.
  5. Kijk nu door het oculair en draai aan de grote scherpstelschroef, zodat de ruimte tussen de kleine objectieflens en het preparaat weer groter wordt. Op een gegeven moment moet het object in de preparaat scherp worden. Om zeker te weten dat je het juiste object ziet kun je het preparaat iets bewegen zodra je scherp beeld hebt.
  6. Nu kun je verder scherpstellen met de kleine scherpstelschroef. Zoek hiervoor een punt in het preparaat wat u verder wilt bekijken.
  7. U kunt nu uw object bekijken.

Verwisselen van vergroting

  1. Draai aan de revolver zodat de opvolgende objectieflens naar het preparaat gericht is (bv. 4x wordt nu 10x en daarna 40x).
  2. Regel de belichting door het diafragma verder dicht of open te draaien.
  3. Waar nodig kun u weer scherpstellen, hiervoor gebruikt u alleen de kleine scherpstelschroef.
  4. Ook nu kunt u uw object weer gaan bekijken.

Afsluiten

  1. Eerst zet u de microscoop weer in de uitgangspositie. U draait de revolver weer naar de kleinste objectieflens (bv. 4x) en draait door middel van de grote scherpstelschroef de tafel zover mogelijk van de kleinste objectieflens af.
  2. Haal nu het preparaat weg.
  3. Doe de lamp uit, en ruim de microscoop netjes op.

Onderdelen/begrippen Microscoop

Het statief:
Zwaarste deel van de microscoop en hier wordt de microscoop ook veilig aan opgetild.

Lenzengroep:
De lenzengroep bestaat uit een tubus waarin aan beide zijdes (onder en boven) een lens zit. Bovenin zit een oculair, deze vergroot 10x en is eenvoudig te vervangen voor een zwakkere of zwaardere lens. Onderin de zitten verschillende objectieflenzen (bv. Vergroting 4x, 10x en 40x), door te draaien aan de revolver kan er een keuze worden gemaakt uit de verschillende objectieflenzen.  De uiteindelijk vergroting wordt bepaald door het oculair en het objectieflens samen (bv oculair is 10x en objectieflens is 40x, dan is de totale vergroting 400x).

Tubus:
Dit is in pricipe een holle buis waarin aan beide zijdes (zowel onder als boven) een lens zit.

Oculair:
Dit is de bovenste lens in de tubus van de microscoop. Standaard wordt er vaak een lens geleverd met een vergroting van 10x geleverd. Het is mogelijk om het oculair te vervangen voor een oculair met een hogere vergroting.

Objectieflenzen:
Dit zijn de onderste lenzen in de tubus van de microscoop. Standaard worden er bij een microscoop drie soorten objectieflenzen meegeleverd (bv 4x, 10x, 40x).

Revolver:
De revolver is kort gezegd de houder waarin de drie objectieflenzen zitten. Door de revolver te laten draaien is het mogelijk om van objectieflens en dus van vergroting te wisselen.

Tafel:
Onder de tubus zit de tafel waarop u de preparaten plaatst. In het midden van de tafel zit een gat waardoor vanuit onderen licht schijnt. Ook zitten er op de tafel twee klemmen waarom mee u de preparaten vast zet op de tafel. Moderne microscopen hebben hiervoor een kruistafel, door aan de knoppen te draaien kan hiermee het preparaat over de tafel geschoven worden.

Kruistafel:
Moderne microscopen hebben geen gewone tafel, maar een kruistafel. Hiermee is het mogelijk om het preparaat te verschuiven zonder uw handen te gebruiken. Met bijvoorbeeld een vergroting van 1000x is het niet te doen om het preparaat met de hand te verschuiven, een kruistafel is daarbij veel nauwkeuriger.

Preparaten:
Een preparaat bestaat uit een langwerpig, stevig objectglas en een veel dunner vierkant dekglaasje. Onder het vierkantje dekglaasje zit een druppel water of vloeistof met daarin het te bekijken object (bv een stukje huidweefsel).

Diafragma:
Het diafragma zit onder te tafel. Hiermee kan worden geregeld hoeveel licht er door het preparaat gaat.

Spiegel/Lamp:
Op de voet van microscoop zit een spiegel of een lamp. Met de spiegel kun je het licht van de zon of van een externe lamp gebruiken (bv een bureaulamp).  Om zonlicht te kunnen gebruiken is een vlakke spiegel vereist, bij het gebruik van een lamp een bolle spiegel. Als er een vast lamp op de voet zit is dit niet nodig.

Draaiknoppen:
Aan het statief zitten draaiknoppen, hiermee is het mogelijk om de microscoop scherp te stellen. Door aan de knoppen te draaien gaat de lenzengroep omhoog of omlaag. Bij andere microscopen is  het mogelijk om de tafel omhoog of omlaag ze zetten en hiermee de microscoop scherp te stellen.

Scherpstelschroeven:
Er zijn twee knoppen voor de scherpstelling. De grote scherpstelschroef is voor de grove scherpstelling, een kleine draai hieraan kan al zorgen voor een grote verandering. Deze knop gebruik je alleen bij de zwakste vergroting. Met de kleine scherpstelschroef kunnen kleinere aanpassingen gedaan worden. Deze knop gebruik je alleen bij de sterkere vergrotingen.

Laat een reactie achter